Het praktijkexamen

Vooraf
In het
examencentrum maak je eerst kennis met de examinator. Deze legt uit hoe het
examen verloopt. Daarna volgt op de parkeerplaats een ogentest, waarbij je het
kenteken van een stilstaande auto moet kunnen lezen op een afstand van ongeveer
25 meter. Vervolgens vraagt de examinator je een aantal voorbereiding- en
controlehandelingen van de auto.
De rit
Dan begint de rit. De examinator let onder meer op je beheersing van de auto, het kijkgedrag, het voorrang verlenen en het rekening houden met andere weggebruikers. Hij beoordeelt/observeert je o.a. ook op het in- en uitvoegen, het gedrag bij kruispunten en 2 opdrachten worden uitgekozen door de examinator die je dan vervolgens uitvoert.
Fouten
Helemaal
foutloos hoeft niet, het gaat om het totaalbeeld. Belangrijk is hoe je reageert
op het overige verkeer en of je de situatie meester bent. Kortom, de examinator
bekijkt of je voldoende in huis hebt om veilig vlot en zelfstandig aan het
verkeer deel te nemen. Als je tijdens de tussentijdse toets een vrijstelling
hebt verdiend voor de bijzondere verrichtingen, dan wordt dit onderdeel
overgeslagen bij het eerstvolgende examen.
Na afloop van het
examen
Direct na afloop vertelt de examinator in het examencentrum de uitslag. Na de uitslag bekijkt de examinator je zelfreflectie-formulier. Ben je gezakt, dan licht de examinator toe welke onderdelen onvoldoende waren. Wij zullen achteraf of tijdens de rijles dit gaan bespreken en uitwerken. Als je bent geslaagd, word je Verklaring van rijvaardigheid en de Verklaring van geschiktheid geregistreerd in het Centraal Rijbewijzen Register (CRB). De gemeenten en het CBR kunnen dit register raadplegen om vast te stellen of je bent geslaagd voor het examen. De registratie van de Verklaring van rijvaardigheid is een half jaar geldig, de registratie van de Verklaring van geschiktheid een jaar. Bij het gemeentehuis in je woonplaats kun je, tegen overlegging van een pasfoto, legitimatie en het vereiste geld, je rijbewijs aanvragen.
Meenemen naar je examen
Wanneer je deelneemt aan het praktijkexamen B moet je de volgende documenten overhandigen:
Vragen en antwoorden over de ontwikkeling van het vernieuwde rijexamen

Een kandidaat rijdt een deel van de examenrit zonder aanwijzingen van de examinator. Het ‘zelfstandig route rijden’ kan op drie manieren worden uitgevoerd:
· per 1 maart 2009: naar een oriëntatiepunt rijden dat niet vooraf vastligt, maar dat de kandidaat wel kent, óf kan zien.
· meerdere routeopdrachten tegelijk (clusteropdracht), gecombineerd met de blauwe ANWB-borden];
· met behulp van een navigatiesysteem.
De examinator bepaalt op welke van de drie
bovengenoemde manieren de kandidaat het ‘zelfstandig rijden’ moet uitvoeren.
Als er geen navigatiesysteem in de lesauto aanwezig is, dan beperkt de keus
zich tot de eerste twee varianten. Het zelfstandig rijden zal minimaal tien
tot maximaal vijftien minuten van het examen in beslag nemen. De totale
examentijd blijft hetzelfde.
Het bereiken van het juiste eindpunt is overigens geen doel op zich. Het
gaat erom dat je veilig rijdt en verantwoorde keuzes maakt.
Per 1 maart 2009: variabele oriëntatiepunten
Een oriëntatiepunt staat niet vast. Het is een
locatie die de kandidaat goed kent, zoals een school, een sportclub, of
winkelcentrum. Als je onbekend bent in het examengebied, dan kan de
examinator jou vragen om naar een goed zichtbaar punt in die plaats rijden,
zoals een kerktoren of een flatgebouw. Het examen kan beginnen met het
rijden naar een oriëntatiepunt, maar kan er ook mee worden afgesloten. Je
krijgt dan de opdracht om vanaf een oriëntatiepunt terug naar de
examenplaats te rijden.
Clusteropdracht
De clusteropdracht betreft een gedeelte van de
route. Deze opdracht is altijd beperkt in lengte en zal één of meerdere
keren herhaald worden om te checken of je het begrepen hebt. Het is een
nabootsing van de situatie waarin de bestuurder de weg vraagt aan een
voorbijganger en vervolgens krijgt uitgelegd hoe hij naar de gevraagde
locatie moet komen. De reeks van routeopdrachten zal bestaan uit minimaal
drie en maximaal vijf opdrachten. Per 1 maart 2009 kan de clusteropdracht
worden aangevuld met de opdracht om de blauwe ANWB-borden naar een bepaalde
bestemming te volgen.
Navigatiesysteem
Het rijden met een navigatiesysteem wordt
alleen gevraagd als bekend is dat de rijschool hierover beschikt. Gelukkig
is dat steeds vaker het geval; rijden met navigatieapparatuur heeft
tenslotte de toekomst. Het is wel zo veilig als je er dan al tijdens je
rijlessen mee hebt leren ‘werken’.
Het rijden met een navigatiesysteem kan in principe op ieder moment in het examen worden toegepast. Het blijkt ook voor anderstalige kandidaten een oplossing te zijn, omdat navigatie meestal in verschillende talen is in te stellen.
Omkeeropdracht
Bij de omkeeropdracht krijg je al rijdende te
horen dat je de weg in tegenovergestelde richting moet gaan volgen. Jij
kiest zelf waar en hoe je keert. Je kunt dit doen via een halve draai,
steken of een bocht achteruit. Je moet hierbij laten zien dat je op basis
van een goede inschatting van de verkeerssituatie tot een adequate oplossing
komt.
Parkeeropdracht
De examinator kan ook kiezen voor een
parkeeropdracht in een straat of op een parkeerterrein. Hierbij krijg je de
opdracht om de auto zo dicht mogelijk bij een opgegeven locatie te parkeren.
Dit kan bijvoorbeeld de ingang van een winkelcentrum zijn. Ook hier bepaal
je zelf hoe je de parkeeropdracht uitvoert.
Stopopdracht
Verder is een stopopdracht mogelijk. Daarbij
moet je zo kort mogelijk achter een ander voertuig stoppen, om aansluitend
vooruitrijdend weer aan het verkeer deel te nemen. Dit kan zowel aan de
linker- als rechterzijde van de rijbaan. Hierbij is het van belang dat je
een juiste inschatting hebt van de lengte van de neus van de auto.
Van deze drie kiest de examinator er twee. Daarnaast kan de examinator steekproefsgewijs de hellingproef laten uitvoeren. In één van de bijzondere manoeuvres moet in ieder geval een keer een stukje achteruit rijden voorkomen.
Bij de uitvoering van de bijzondere manoeuvres is niet alleen het technische aspect belangrijk. Er wordt vooral ook gelet op de keuzes die daaraan vooraf gaan, zoals de plaats, het moment en de wijze waarop je de opdracht uitvoert.
Nieuw
onderdeel: Milieubewust rijgedrag
Voor een beter milieu en voor jouw eigen
portemonnee is het belangrijk dat je milieubewust auto rijdt, dus volgens de
principes van
Het Nieuwe Rijden. Milieubewust rijgedrag
wordt in het vernieuwde rijexamen als een afzonderlijk item beoordeeld.
Hierbij wordt vooral gekeken naar het anticiperend rijgedrag, zoals het
rijden met een constante snelheid en het maximaal gebruikmaken van het
rollend vermogen van de auto. Dit draagt niet alleen bij aan vermindering
van het brandstofgebruik, het heeft ook een positieve invloed op veilig
rijgedrag.
Aan dit onderwerp wordt ook in het vernieuwde theorie-examen extra aandacht besteed.